Ethische verantwoordelijkheid bij overheidsopdrachten

De productie van bepaalde productgroepen, zoals bijvoorbeeld kleding en textiel, harde vloeren en ICT, gebeurt in sommige landen nog altijd onder mensonwaardige omstandigheden. Toch bestaan er internationale afspraken, met name conventies, zoals bijvoorbeeld de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO)-conventies, en clausules (zoals bijvoorbeeld de mensenrechtenclausule) die wantoestanden m.b.t. arbeidsomstandigheden moeten voorkomen . Vele aanbestedende overheden vragen dan ook om een ondertekening van een verklaring op eer met betrekking tot deze internationale afspraken toe te voegen bij hun offerte. Deze kan vervolgens door de aanbestedende dienst gecontroleerd worden. Toch is het opvallend dat het nog altijd moeilijk is om een goed zicht te krijgen op de effectieve arbeidsomstandigheden in de productieketen. Het is dus belangrijk om andere manieren te vinden dan de verklaringen op eer om de productieketen te controleren. Na een drietal jaar van intensief denkwerk, werd in het voorjaar van 2015 budget door verschillende overheidsdiensten vrijgemaakt om met drie pilootprojecten van start te gaan. Deze drie projecten zullen onderzoeken hoe duurzame aspecten, IAO en mensenrechtenclausules gerespecteerd worden door opdrachtnemers van publieke overheidsopdrachten.

Het FIDO zal een van deze pilootprojecten coördineren en mee opvolgen. Doel van het pilootproject is om aankopers en opdrachtnemers van overheidsopdrachten aan te moedigen een beter zicht te krijgen op de toeleveringsketen. Een onafhankelijk bureau, Ecovadis, zal een 20-tal risicoanalyses bij leveranciers op het gebied van duurzame ontwikkeling uitvoeren. Er zal geverifieerd worden of de opdrachtnemers hun verantwoordelijkheid naleven inzake de IAO-conventies en mensenrechten, alsook andere duurzame aspecten. De analyse zal zowel van toepassing zijn binnen de eigen keten van de opdrachtnemers, als binnen de keten van de leveranciers. Voor dit pilootproject zal de focus liggen op grote overheidsopdrachten voor risicovolle goederen (kleding, ICT en harde vloeren). Op het einde van het pilootproject, dat maximum drie jaar zal duren, zal Ecovadis een eindrapport schrijven met enkele beleidsaanbevelingen voor aankopers. Dit eindrapport zal publiek toegankelijk zijn. Specifieke informatie over de geanalyseerde overheidsopdrachten zullen vertrouwelijk blijven.

Daarnaast zullen zowel het Vlaamse Departement Werk en Sociale Economie als de stad Gent in samenwerking met de Vereniging voor Vlaamse steden en gemeenten (VVSG) ook elk een pilootproject op zich nemen. Het Vlaamse Departement Werk en Sociale Economie heeft een engagementsverklaring uitgewerkt waarin omschreven wordt hoe er naar mensenrechten en IAO-conventies verwezen kan worden en hoe deze gecontroleerd kunnen worden (meer informatie bij Gert.Vaneeckhout@wse.vlaanderen.be). Het derde pilootproject, van de stad Gent en VVSG, gaat over de analyse van de overheidsaankopen werkkledij en persoonlijke beschermingsmiddelen. Meer informatie bij (Leen.Vandermeeren@vvsg.be).

Via de website http://gidsvoorduurzameaankopen.be/nl/studies-en-projecten/ethische-verantwoordelijkheid-2015 kan u meer informatie vinden over de pilootprojecten alsook over andere projecten omtrent duurzame aankopen.