5 kenmerken, 5 voordelen

Een definitie van duurzame voeding ligt niet voor de hand. Er komen immers verschillende aspecten bij kijken en het is vaak onmogelijk om met alle aspecten tegelijk rekening te houden. Kies je bijvoorbeeld voor lokale seizoensgebonden producten of voor fair trade? Aan jou om de knoop door te hakken. Het belangrijkste is dat je een bewuste keuze maakt.

5 kenmerken van duurzame voeding

Lekker uit de regio

Voedsel legt soms erg lange afstanden af. Als je asperges in je kerstmenu verwerkt, dan is de kans groot dat ze uit Peru zijn overgevlogen. Meestal zijn ze duur en kunnen ze niet tippen aan de smaak van de Belgische asperges in de lente. Je kunt voedselkilometers vermijden door te kiezen voor lokale producten, uit België of zelfs van bij een boer in de buurt. Vaak doorloopt voedsel verschillende tussenstappen voor het op ons bord terechtkomt. De voedselketen start op het veld, daarna wordt het voedsel getransporteerd naar het verwerkingsbedrijf en via de supermarkt belandt het uiteindelijk op ons bord. Het is mogelijk om de voedselketen korter te maken. De kortste weg krijg je door groenten uit eigen tuin te gebruiken. Heb je geen tuin en woon je op het platteland, dan kun je rechtstreeks bij de (bio)boer groenten, fruit en zuivel kopen. In de stad is dat wat moeilijker, maar het is niet onmogelijk. Met een groenteabonnement koop je wekelijks een mandje vol groenten op een afgesproken tijdstip. Als je je aansluit bij een Voedselteam, neem je lokale producten af van verschillende boeren in de nabijheid van de stad.

De vier seizoenen

Elk seizoen heeft zijn typische weersomstandigheden en die bepalen het aanbod aan groenten en fruit dat in ons klimaat wordt geteeld zonder dat er een verwarmde serres nodig zijn. Kies je voor seizoengroenten en -fruit, dan bespaar je een pak CO2 en heb je gegarandeerd de beste smaak voor de beste prijs. Wat met de exoten zoals bananen, sinaasappels, citroenen en avocado’s? Dat worden meer en meer vertrouwde ingrediënten in ons menu… En daar is niets mis mee wanneer ze met de boot of trein worden aangevoerd. Wissel af met inheemse fruitsoorten zoals appel en peer en eet exotisch fruit vooral in de winter. In de zomerperiode leggen ze vaak nog enkele duizenden kilometers extra af, terwijl het inheems aanbod dan het grootst is. In de groente- en fruitkalender krijg je een goed overzicht van welke groenten en fruit je per maand het best eet.

Bio con brio

Biologische producten zijn niet behandeld met pesticiden en ze zijn gevoed met traag opgenomen organische meststoffen. Ons milieu vaart er wel bij, want het water wordt niet verontreinigd en er zijn geen mestoverschotten. Een ander voordeel is dat biologische producten doorgaans minder water, meer voedingsstoffen en meer smaak bevatten. Biologische voeding is ook minstens zo gezond; in een Europees onderzoek werd bijv. vastgesteld dat een kind dat biologische melk drinkt 30 procent minder kans op eczeem en allergieën heeft. Bovendien zijn genetisch gemodificeerde gewassen verboden en zul je geen synthetische aroma’s en toevoegingen aantreffen in verwerkte bioproducten.

Fair trade

Producenten staan aan het begin van de voedselketen, ze dragen de risico’s van misoogsten, werken zich te pletter in weer en wind, en krijgen dan voor hun producten ‘wat de markt hen biedt’. Begrijpelijk dus dat heel wat boeren het voor bekeken houden. Boeren in derdewereldlanden zijn vaak de speelbal van opkopers die bij hen koffie, thee en cacao tegen wispelturige en te lage wereldmarktprijzen komen ophalen. Organisaties zoals Oxfam Wereldwinkels en andere fairtradepartners leren de boeren zich te organiseren in coöperaties en bieden voor de producten een gegarandeerde minimumprijs wanneer de wereldmarktprijs te veel zou zakken, of een surplus wanneer die stijgt. Door dat extra geld kunnen de boeren hun kinderen naar school sturen of de nodige medische hulp verstrekken. Dit is het sociale aspect van duurzame ontwikkeling.

Minder vlees

Een grote troef om onze ecologische voetafdruk te beperken is vlees en vis vervangen door plantaardige alternatieven zoals peulvruchten, noten en zaden. Dieren nemen – ook letterlijk – heel wat plaats in en hebben bergen plantaardig voedsel nodig dat ze omzetten in vlees, melk en eieren. Die omzetting is verre van efficiënt: er is 8 g plantaardig eiwit nodig voor de productie van 1 g dierlijk eiwit. Als we van bijv. de maïs die voor vee bestemd is lekkere taco’s zouden bakken, dan zou dat een bijdrage zijn aan minder hongersnood in de wereld. Heel wat ingrediënten van veevoeder zoals soja, tapioca en maïs worden geïmporteerd uit de derde wereld. Niet elke vleessoort heeft een even grote impact op het milieu. Meestal geldt: hoe groter het dier, hoe groter de voetafdruk. Zo steekt rundvlees er wat CO2-uitstoot betreft met kop en schouders bovenuit. Maar ook zuivelproducten zoals boter, melk en kaas spannen de kroon met waarden die 3 tot 7 keer hoger liggen dan varkens- of kippenvlees. Dat ligt niet zozeer aan een veel hoger aandeel aangekocht diervoeder, maar vooral aan het feit dat runderen om de 40 seconden boeren en/of winden laten: een niet onaanzienlijke bron van het broeikasgas methaan…

5 voordelen van duurzame voeding

Een gezonder leefmilieu

Eten moeten we allemaal, elke dag opnieuw. Dat maakt dat voedsel in al haar stadia – van de productie en de keuze van een ingrediënt over een stoofpotje bereiden tot restjes in de vuilbak droppen – een grote impact heeft op ons leefmilieu. De impact van voeding op het milieu wordt dan ook geschat op 30 procent. Die impact is vooral te wijten aan de hoge uitstoot van broeikasgassen, de productie van mestoverschotten en aan de vervuiling van water door pesticiden. De landbouw is bovendien een grote verbruiker van water. Kiezen voor duurzame voeding doet die milieu-impact fors dalen.

Een rechtvaardigere samenleving

Iedereen heeft recht op eerlijk voedsel. De welvaart in West- Europa heeft ertoe geleid dat we de laatste 50 jaar almaar meer dierlijk voedsel zijn gaan eten. Meer zelfs, we eten er te veel van, worden dik en krijgen meer en meer hart- en vaatziekten. Dat gaat ten koste van het Zuiden waar er nog steeds hongersnood heerst, o.a. omdat het Zuiden voedsel produceert voor export naar het Westen. In duurzame voeding gaat de voorkeur uit naar lokale voeding waardoor ook het Zuiden opnieuw voedsel voor de eigen markten kan produceren.

Een betere gezondheid

Gezonde voeding bevat – o.a. volgens de nationale aanbevelingen – veel groenten en fruit, maximaal 100 g vlees per dag en weinig verzadigde vetten en geraffineerde suikers. Heel wat welvaartsziekten worden veroorzaakt door een te vetrijke en suikerrijke voeding. Een aantal (top)sporters bewijst dat je zelfs met intensieve fysieke inspanningen voldoende energie kan halen uit overwegend plantaardige voeding.

Een groter dierenwelzijn

Hoe meer vlees we eten, hoe meer dieren er moeten worden gekweekt en gedood om aan de vraag te voldoen. De industrialisering van de veeteelt heeft ertoe geleid dat we goedkoop vlees kunnen eten. Maar er is een keerzijde: het vee leeft opgepropt op kleine oppervlakten, het kan vaak niet meer naar buiten, het krijgt kunstmatig licht om sneller te groeien… Kippen hebben ruimte nodig om te scharrelen en varkens willen rollen in de modder. Als ze dat niet kunnen doen, worden ze zwakker en vatbaar voor ziekten. In de biologische landbouw wordt er rekening gehouden met het soorteigen gedrag van dieren. Ze krijgen meer ruimte en het duurt langer voor ze worden geslacht. Ze krijgen biologisch voedsel, zonder ggo’s.

Een bewuste consument

Wie graag lekker eet of graag kookt, zal nog meer genieten van de maaltijd als er niet alleen een goed recept wordt bereid, maar als bovendien ook de ingrediënten op een duurzame manier werden geproduceerd en verwerkt. Laat je daarom informeren en vraag in de winkel naar de herkomst van de groenten die je koopt. Dat vraagt tijd en inspanning, maar het loont. Je weet dan immers wat je eet. Van zodra je de stap naar duurzame voeding hebt gezet, wil je ongetwijfeld niet meer terug.